logo Raad voor Cultuur

Mediawijsheid
in perspectief

www.cultuur.nl contact colofon

Advies Mediawijsheid '05

7. Conclusies en aanbevelingen voor beleid

De samenleving heeft behoefte aan mediawijze burgers. In een wereld waarin media ieders dagelijkse leefomgeving uitmaken, is het zaak dat mensen de kennis, vaardigheden en mentaliteit hebben om zich gemakkelijk en betekenisvol in die omgeving te kunnen bewegen. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt onder meer bij de overheid, zeker als deze zwaar inzet op de zelforganisatie van burgers. De overheid dient burgers de instrumenten te geven, of te laten geven, waarmee zij zich ook daadwerkelijk zelf kunnen (leren) organiseren. Als een overheid steeds meer medische zorg over wil en moet laten aan mantelzorgers, die via media onderling kennis en ervaring uitwisselen, dan veronderstelt dat ook een visie op hoe de kwaliteit van die kennisoverdracht gegarandeerd kan worden.
Het SCP, dat eveneens meent dat de overheid een zorgplicht heeft om mensen mediawijzer te maken, verwijst daarvoor onder andere naar de tweedeling in het mediagebruik.54 De cijfers roepen het schrikbeeld op van ouderen, lager opgeleiden en werklozen als tweederangs burgers – burgers die het in een maatschappelijke en politieke omgeving waarin zelfredzaamheid (met behulp van met name digitale media) voorop staat, steeds moeilijker krijgen. Niet zozeer omdat ze geen bezit of toegang tot de media zouden hebben, maar wel omdat ze er slechts zeer beperkt gebruik van maken: eenzijdig, passief en weinig reflectief. Van de mogelijkheden die media bieden op het terrein van informatie, communicatie en organisatie wordt niet of nauwelijks gebruik gemaakt. De kloof met hen die dat wel doen, wordt daardoor steeds groter. In een wereld waar kennis en informatie van wezenlijk belang zijn – om zichzelf te kunnen redden en maatschappelijk te kunnen participeren – is zorg om de wijze waarop mensen met media omgaan op zijn plaats. De WRR verwijst in dat verband naar het ‘risico van onvoldoende keuzevaardigheid van de burger’ die zich een weg moet banen in een ‘chaotisch aanbod dat weinig inzichtelijk is en veel kwaliteitsonzekerheid geeft’.55
De zorgplicht betreft echter niet alleen de risicogroepen. Met het wegvallen van de scheiding tussen producenten en consumenten wordt elke burger een potentiële producent. Dit brengt de burger niet alleen vrijheid en de mogelijkheid om meer maatschappelijke invloed te doen gelden, maar het legt hem ook verplichtingen op. Zoals dat geldt voor de professionele mediamakers, kan eveneens van de 'amateurmaker' gevraagd worden dat hij besef heeft van de rol en het effect van media en dat hij zorgvuldigheid betracht bij het actief gebruik ervan. De Raad vatte dat samen onder het kopje mentaliteit. Ook de zogenoemde kansrijke mediagebruikers, waaronder kinderen en jongeren, ontbreekt het daaraan nog maar al te vaak.

Beleidsaanbevelingen
Op grond van het voorgaande komt de Raad tot verschillende aanbevelingen. Deze zijn gedeeltelijk van algemene aard. Concrete aanbevelingen doet de Raad alleen in het kader van de sectoren die tot zijn directe aandachtsterrein behoren: media en cultuur, met een kleine uitstap naar onderwijs.

Samenhangende visie
De Raad adviseert dat de rijksoverheid zich over de gehele breedte van haar beleid rekenschap geeft van het perspectief met betrekking tot mediawijsheid zoals dat in dit advies naar voren is gebracht. Het belang dat de overheid hecht aan het versterken van de mediawijsheid van haar burgers zou tot uitdrukking dienen te komen in beleid dat, hoe divers in zijn uitwerkingen ook, vanuit een gedeelde visie vorm krijgt. Ter realisering van dat beleid moet adequate financiering worden vrijgemaakt uit de middelen voor innovatiebeleid.

Regeringsverantwoordelijkheid belegd bij OCW
Het te ontwikkelen beleidsprogramma mediawijsheid heeft een nadrukkelijk interdepartementale inzet. De directe verantwoordelijkheid ervoor kan naar de mening van de Raad echter het beste worden belegd bij de minister van OCW. Verantwoordelijk voor cultuur, media en onderwijs zullen ook in de toekomst vanuit dit ministerie belangrijke beleidsimpulsen uitgaan op het terrein van mediawijsheid, terwijl het ministerie tevens, via onder meer het ‘ict-regieorgaan’, betrokken is bij innovatiebeleid. Behalve afstemming tussen de verschillende directies binnen OCW, is ook afstemming noodzakelijk met de departementen van onder meer Algemene Zaken, Binnenlandse Zaken, Economische Zaken, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, opdat ook hun beleid inzake ict, democratie en burgerschap vanuit dezelfde visie op mediawijsheid wordt gevoed.

Innovatiebeleid
De Raad dringt erop aan dat het bevorderen van mediawijsheid een prominente plaats krijgt op de (ict)innovatie-agenda van de rijksoverheid. Het maatschappelijke belang van het onderwerp vraagt daarom. Innovatie gaat immers niet alleen om technisch-instrumentele vernieuwing maar ook, en steeds meer, om inhoud, maatschappelijke betekenis en maatschappelijke verankering.

Kennisdeling en netwerken
Het is zaak om kennisdeling op het brede terrein van mediawijsheid te stimuleren, het ontstaan te ondersteunen van sector- en beleidsveldoverschrijdende samenwerkingsverbanden en de vertaalslag mogelijk te maken van de in dit advies voorgestelde visie naar concrete activiteiten. De overheid kan dit mogelijk te maken door bijvoorbeeld een stimuleringsfonds in te stellen of een regeling te ontwerpen, vergelijkbaar met de succesvol gebleken regelingen voor Digitale Broedplaatsen en Digitale Pioniers. Deze combineerden diversiteit, kleinschaligheid en geringe bureaucratie met inhoudelijke begeleiding, onderlinge kennisoverdracht en heldere doelstellingen. Een apart instituut voor mediawijsheid acht de Raad niet het juiste antwoord op de uitdaging van de voortschrijdende medialisering.

Onderwijs
De Raad bepleit de inpassing van de notie van mediawijsheid in de uitwerking van de verplichting voor scholen om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. Daarnaast is de Raad voorstander van mediacoaches op scholen, waardoor scholen in de gelegenheid zijn aandacht te geven aan mediawijsheid zonder dat het hoeft te leiden tot een nieuw vak of tot gedetailleerde uitwerking in kerndoelen en eindtermen. Mediacoaches fungeren als spreekwoordelijke spin in het web: zij inspireren, faciliteren en begeleiden vakdocenten, en initiëren mediaprojecten in samenwerking met buitenschoolse partijen. In het kader van het decentraliseringsproces dat de overheid ten aanzien van het onderwijs doorvoert, voert een verplichting mediacoaches aan te stellen te ver. Wel zou een premie  kunnen worden gezet op scholen die zich in dit opzicht actief tonen. Overigens zouden mediacoaches ook elders dan in het onderwijs kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld in de zorgsector, bij openbare bibliotheken of ter ondersteuning van lokale netwerken (waartoe ook scholen weer behoren).
Om in de behoefte aan mediacoaches te voorzien, kan het hbo op korte termijn specifieke applicatiecursussen ontwikkelen. Tevens verdient aanbeveling dat universiteiten een onderwijsaantekening media introduceren voor studenten van relevante studierichtingen.

Cultuurbeleid
Instellingen in het culturele veld die zich op het terrein van media begeven dienen zich rekenschap te geven van het brede perspectief op mediawijsheid zoals dat hier is gepresenteerd. Dit geldt niet alleen voor instellingen die media-educatie of mediawijsheid als kerntaak zien maar ook voor instellingen die (steeds vaker) media inzetten om hun activiteiten vorm te geven. Via subsidievoorwaarden voor projectfinanciering zou scherper moeten worden ingezet op visie, kennisdeling en samenwerking, en op perspectief op continuïteit.
Openbare bibliotheken vervullen een belangrijke rol waar het de mediawijsheid van burgers betreft. Deze rol verdient echter aanscherping, in het licht van de hier gepresenteerde visie. Deze aangescherpte rol zou zijn neerslag moeten vinden in de afspraken die gemaakt worden met betrekking tot de vorming van basisbibliotheken. Tevens bepleit de Raad dat de invulling van deze taak wordt meegenomen bij het evaluatief onderzoek naar de invulling die de VOB geeft aan de bij haar neergelegde stelseltaken.

Mediabeleid
De Raad is van mening dat het bevorderen van mediawijsheid een structureel onderdeel dient te zijn van mediabeleid. Het moet als taak geformuleerd te worden voor publieke media-organisaties, in casu de publieke omroep, en opgenomen te worden in de prestatiecontracten die de overheid met hen afsluit. Van onafhankelijke en publieke media mag worden verwacht dat deze voorbeeldige content leveren en hun producten zodanig inrichten dat zij de mediawijsheid versterken van hun gebruikers, kijkers of afnemers. Ten aanzien van de media- en journalistiekopleidingen bepleit de Raad dat deze het perspectief van mediawijsheid integreren in hun curricula.

Auteursrechten
Tot slot vraagt de Raad hier aandacht voor het probleem van de auteursrechten dat voor de stimulering van mediawijsheid een obstakel kan zijn. Ofschoon de Raad in principe de visie huldigt dat met publiek geld gemaakte content binnen redelijke grenzen vrij beschikbaar zou moeten zijn voor niet-commercieel gebruik, mag dit principe uiteraard niet het auteursrecht van makers schenden. Onderzocht moet worden of dit auteursrecht, zeker in de context van de toenemende digitale distributie van cultuuruitingen, geen andere vorm zou moeten krijgen. De Raad neemt zich voor hier op korte termijn nader aandacht aan te besteden.


54     Zie Achter de schermen.

55     Focus op functies, p. 97.

Advies Mediawijsheid
Werknemer wil geen baan via Hyves
Loverboy omarmt het internet
Gebruik mobiel internet in 2013 verdrievoudigd
IXDe politie ziet de nieuwe media steeds meer als een nog te ontginnen terrein, dat nieuw beleid vereist.
Download de uitgave 'Mediawijsheid in Perspectief'  (PDF, 6.25 Mb)