logo Raad voor Cultuur

Mediawijsheid
in perspectief

www.cultuur.nl contact colofon

Advies Mediawijsheid '05

4. Media-educatie in de praktijk

Het advies van de Raad uit 1996 mondde uit in een pleidooi voor integratie van media-educatie in het onderwijs met een brede, integrale en vakoverschrijdende benadering. In de ogen van de Raad was media-educatie geen op zichzelf staand schoolvak, maar ‘een verzamelnaam van kennis en vaardigheden die betrekking hebben op de perceptie en selectie van media-informatie, processen van betekenisgeving, toetsing aan de persoonlijke ervaring, reflectie en als resultaat daarvan het handelingsbekwaam en kritisch omgaan met media.’ Het advies onderscheidde een tiental sleutelbegrippen die de Raad kenmerkend achtte voor elektronische media en onze omgang daarmee, en onderzocht in hoeverre deze begrippen, en de bijbehorende competenties, geïntegreerd zouden kunnen worden in de kerndoelen en eindtermen van het onderwijs.
Ofschoon het advies positief ontvangen werd, ook van de zijde van het ministerie29, en op verschillende plaatsen discussie genereerde, is de belangrijkste aanbeveling – de integratie van media-educatie in het curriculum – nooit opgevolgd. Het verschil in visie tussen de beleidsterreinen onderwijs en cultuur bleek daarvoor te groot. Van het eerste enthousiasme van het ministerie bleef daardoor in de praktijk weinig over. Wel entameerde en financierde de overheid de oprichting in 2000 van de Stuurgroep en het Platform Media-educatie. Waar de Stuurgroep vooral een ‘aanjaag- en breekijzerfunctie’ had richting het onderwijs en daartoe strategische aanbevelingen deed aan de overheid, wilde het Platform met onder meer een website bestaande initiatieven op het gebied van media-educatie bundelen en ondersteunen.30 In 2001 nam de overheid een aanbeveling over van de Stuurgroep om een aantal voorbeeldprojecten te financieren. Zestien experimenten werden als gevolg daarvan uitgevoerd in 2001 en 2002. Eind 2002 liep de formele werkingsperiode af voor de Stuurgroep en het Platform. 31 De experimenten werden in 2004 geëvalueerd.32

Goede wil
Ondanks het feit dat media-educatie, als gezegd, niet werd geïntegreerd in de formele doelstellingen van het onderwijs, maakt op een aantal scholen media-educatie wel deel uit van het lessenpakket. Meer dan van (overheids)beleid is dat echter het resultaat van jarenlange inzet en passie van individuele docenten en van een bredere blik van individuele schooldirecties.
Op een enkele school na, zijn het vooral instellingen binnen de cultuursector die het onderwerp hebben opgepakt. Zo waren het vrijwel uitsluitend culturele instellingen die reageerden op de uitnodiging van de Stuurgroep Media-educatie om pilotprojecten te ontwikkelen voor media-educatie in het onderwijs.33
Tot de grote instellingen die zich richten op media-educatie behoren onder meer de openbare bibliotheken. Deze hebben in hun ‘Virtuele Mediatheek’, die toegankelijk is voor leerlingen, docenten en biblio- of mediathecarissen, onder meer een doorlopende leerlijn media-educatie opgenomen. Deze is samengesteld uit alle in het veld beschikbare projecten, gerangschikt op schooltype en leerjaar.
Daarnaast is er Waag Society, van overheidswege het ‘expertisecentrum ict en culturele vakken’, dat zelf of in samenwerking met anderen, projecten heeft ontwikkeld als de Gouden @penstaart (een competitie voor de beste website en cd-rom), Monstermedia (over de geschiedenis en rol van media in de maatschappij) en Scratchworx (een onderwijsproject waarin leerlingen performances voorbereiden met beeld en geluid). Ook is er Cinekid, het multimediafestival voor kinderen dat onder meer tools laat ontwerpen voor kindermediaprojecten. De Kijkradio, waarmee kinderen zelf op het internet radio kunnen maken, is daarvan een voorbeeld. Het Nederlands Instituut voor Filmeducatie heeft cd-roms als Kijken is Kunst en Mov(i)e Up uitgebracht, en Digital Playground laat jongeren op locatie korte filmpjes maken van culturele evenementen die daar plaatsvinden. Genoemde instellingen ontvangen hiervoor rijkssubsidie uit de Cultuurnota.
Buiten het financieringskader van de Cultuurnota zijn er nog verschillende andere initiatieven op het terrein van media-educatie. Daaronder bijvoorbeeld De Kinderconsument, Reclame Rakkers (dat probeert kinderen en jongeren bewust te maken van de werking van reclame), Surf op Safe (een informatieve site van de overheid over veilig internetgebruik) en ThinkQuest (een jaarlijkse wedstrijd voor de beste scholierenwebsite). Ook de webkranten Kidstoday en Rebeltoday, voor basis- en voortgezet onderwijs, vallen hieronder.
In de sfeer van de omroep is er MediaMind, dat de Dag van de Media organiseert voor scholieren waar de winnaars van een televisierecensiewedstrijd een dag lang tijdens workshops een kijkje kunnen nemen in de keuken van het omroepbedrijf, en Mira Media, dat tot zeer recent activiteiten ontplooide op het gebied van multiculturele media-educatie.34 Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid heeft uit al het audiovisueel materiaal dat het beheert, tot nu toe 10.000 uur geselecteerd voor ontsluiting via het (toekomstige) museum en internet. In het kader van het project Teleblik krijgt het onderwijs, in een gesloten digitale omgeving, vrij toegang tot die audiovisuele bronnenbank. In samenwerking met Teleac/NOT ontwikkelt Beeld en Geluid een aantal generieke modules media-educatie.35

Geringe effectiviteit
Zoals de Raad al concludeerde in het Mediadeel van het Cultuurnota-advies 2005-2008 kent het veld van media-educatieprojecten heel veel verschillende spelers. Rijp en groen, groot en klein: de initiatieven bestaan naast elkaar, worden gefinancierd uit verschillende bronnen en vinden elke keer het wiel opnieuw uit.36 Bovendien laat hun effectiviteit te wensen over. Zowel uit de publicatie van Martine Brinkhuis, Beeldhonger. Opvoeding en onderwijs in het mediatijdperk 37 als uit de rapportage die de KPC-groep in 2004 heeft gemaakt van de zestien experimenten die door de Stuurgroep Media-educatie in 2001 en 2002 zijn gehonoreerd, blijkt dat media-educatieprojecten een zeer beperkt bereik hebben en geen continuïteit kennen. Zo varieerde het aantal gebruikers van de via de Stuurgroep ontwikkelde programma’s van één tot honderd scholen en kregen de projecten zelden of nooit een vervolg na afloop van de periode waarvoor subsidie beschikbaar was.38

Behalve door gebrekkige kennisoverdracht, geringe continuïteit en effectiviteit, kenmerkt de praktijk zich ook door het ontbreken van een duidelijke visie op hetgeen wordt ondernomen. Dat geldt eveneens voor de rijksoverheid. Deze heeft een weifelend beleid gevoerd met betrekking tot media-educatie. Gegeven de terughoudendheid van de zijde van de Onderwijsdirecties van het ministerie om media-educatie een formele plaats in het curriculum te geven, was de opdracht van het ministerie aan de Stuurgroep Media-educatie – om als breekijzer te fungeren richting het onderwijs - in zekere zin dan ook van meet af aan onmogelijk. Bovendien kregen behalve de Stuurgroep en het Platform ook verschillende andere initiatieven geld uit de Mediabegroting. Een samenhangende visie lag daaraan niet ten grondslag. Een dergelijke visie is evenwel noodzakelijk wil de potentie van media-educatie gerealiseerd worden.

29     Brief staatssecretaris Nuis aan de Tweede Kamer, dd. 5 februari 1998 (MLN/LB/1997/37.828).

30     In de Stuurgroep waren verschillende sectoren verenigd, van de omroep tot educatieve uitgeverijen en de bibliotheeksector. Van het Platform kon iedere instelling of persoon lid worden die zich bezighield met media-educatie en onderwijs. Het secretariaat voor zowel Stuurgroep als Platform werd gehuisvest bij de KPC-groep, een ‘innovatie-instituut’ voor het onderwijs.

31     De Stuurgroep publiceerde in 2003 een laatste notitie, Advies Media-educatie 2003. De aanbevelingen in dat advies werden niet overgenomen. Wel kreeg het Platform de financiële mogelijkheid de website te continueren.

32     Rapportage Media-educatie 2004, uitgevoerd door de KPC-groep.

33     Daarentegen kwam er geen reactie van educatieve uitgeverijen, reden voor de Stuurgroep om in zijn Advies Media-educatie 2003 te concluderen dat educatieve uitgeverijen klaarblijkelijk pas geïnteresseerd zijn in een onderwerp als het thema vervat is in kerndoelen en eindtermen.

34     Recent is MediaMind begonnen met een driedaagse cursus op scholen waarbij kinderen een radio-uitzending maken.

35     Met de opening van het museum, najaar 2006, starten daar ook drie educatieve workshops voor het onderwijs: 'Nieuws maken', ‘Soap’ en ‘TV-taal’, een interactieve beeldquiz over codes in de media.

36     Uit Naar een volwassen beleidsveld voor jeugd en media (Nikken, Boorn, mei 2005)blijkt dat behalve uit de Cultuurnota en de Mediabegroting projecten ook gefinancierd worden uit de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (onder meer het Media Expertise Centrum) en Economische Zaken (onder meer De Kinderconsument en Surf op Safe).

37     Uitgeverij De Balie, 2005.

38    De reden die de respondenten aangaven voor de kleinschaligheid is dat projectleiders vaak de weg niet weten naar een uitgebreidere landelijke verspreiding, terwijl daarnaast ook gebrek aan tijd, geld, begeleiding en vraag uit het onderwijsveld een rol speelt.

Advies Mediawijsheid
Loverboy omarmt het internet
Belastingdienst struint rond op Hyves
Gebruik van internet op de mobiele telefoon stijgt
XXXVIIEr is veel meer berichtgeving over rampen en catastrofes dan voorheen. Daardoor worden mensen steeds meer geconfronteerd met de risico’s van het leven.
XLVIIDe overheid zou zoveel mogelijk de voorhoede moet ondersteunen en stimuleren.
LVVerwacht niet te veel van het begrip ‘publieke informatie’. Bedenk dat de overheid zijn eigen doelstellingen heeft en dus ook gekleurde informatie biedt.
Download de uitgave 'Mediawijsheid in Perspectief'  (PDF, 6.25 Mb)