logo Raad voor Cultuur

Mediawijsheid
in perspectief

www.cultuur.nl contact colofon

Karin Spaink www.spaink.net

Vorig jaar zette Stephanie Lentz voor haar familie en kennissen een filmpje van 29 seconden van haar dansende peuter op YouTube. Op de achtergrond was het liedje ‘Let’s go crazy’ van Prince te horen. Een paar maanden later ontving Lentz een bericht van YouTube dat haar filmpje was verwijderd. De platenmaatschappij van Prince, Universal Music, had zich beklaagd over inbreuk op het auteursrecht en overwoog een schadeclaim bij Lentz in te dienen. Universal was er eerder in geslaagd om een politieke podcast — een aflevering van Michelle Malkins Hot Air Report — van YouTube te verwijderen. Malkin had een item samengesteld over gangsta rapper Akon, die tijdens een concert een 15-jarig meisje publiekelijk seksueel had belaagd. Malkin wilde door middel van haar commentaar en een compilatie van muziekclips van Akon aantonen dat het bepaald niet Akons eerste misstap was. Universal claimde ook hier inbreuk op het auteursrecht. Brian Sapient, een scepticus die paranormale claims aanvecht, gebruikte in zijn documentaire over lepelbuiger Uri Geller acht seconden uit een ruim dertien minuten durende video van Gellers productiebedrijf. Ook hij kreeg een auteursrechtclaim aan de broek en ook zijn filmpje werd van YouTube verwijderd, ook al was het een klassiek geval van citeren om je stellingen te onderbouwen. De Amerikaanse burgerrechtenorganisatie Electronic Frontier Foundation (EFF) moest er in alle gevallen aan te pas komen om de claims aan te vechten.5 “Een dusdanig brede interpretatie van auteursrechtinbreuk betekent dat online artiesten, critici, politiek commentatoren of zelfs doodnormale families die een onschuldige homevideo met anderen willen delen, de mond wordt gesnoerd”, stelde een advocaat van de EFF enigszins moedeloos vast. In januari 2008 verscheen een rapport van de professoren Aufderheide en Jaszi: Recut, Reframe, Recycle.6 Aufderheide en Jaszi bestudeerden duizenden video’s op sites als YouTube, en stelden dat veel van die video’s weliswaar auteursrechtelijk materiaal bevatten, maar dat het gebruik ervan in vrijwel alle gevallen volledig legaal was en juridisch gezien resulteerde in nieuw werk. Het ging namelijk om becommentariëren, bekritiseren, persifleren, zijdelings gebruik, citeren om een discussie los te maken, een voorbeeld tonen ter illustratie of adstructie, collages, et cetera. Ze constateerden dat er eigenlijk bijzonder weinig materiaal te vinden was dat wél auteursrechtinbreuk maakte. Overigens constateerden Aufderheide en Jaszi in een eerder rapport dat het onderwijzen van mediavaardigheid — het begrijpen, analyseren en evalueren van allerlei media-uitingen — te lijden heeft onder de angst voor auteursrechtinbreuk: docenten werken uit vrees voor repercussies te weinig met bestaand materiaal.7 Een overactieve interpretatie van het auteursrecht maakt ons minder mediawijs en minder cultuurbehendig, stellen zij.

Een sterk auteursrecht is noodzakelijk om de cultuurproductie te kunnen financieren, horen we steeds. Ik geloof daar niet langer in: het auteursrecht is allang in handen van de distributiemaatschappijen gevallen. Kunstenaars moeten, willen ze überhaupt gedistribueerd worden, een groot deel van hun rechten afstaan, en de distributiemaatschappijen worden steeds gretiger. De pressie op kunstenaars om nog verder afstand te doen van hun rechten teneinde digitaal hergebruik van hun werk te faciliteren, is enorm.
De beruchte twee procent-regel die krantenbedrijf PCM in de jaren negentig aan al haar freelancers wilde opleggen, is een schoolvoorbeeld. Freelancers zouden volgens de regeling voor twee procent boven hun normale honorarium afstand moeten doen van al hun digitale rechten op hun eigen werk, opdat PCM dat digitaal kon exploiteren. De constructie behelsde onder meer dat freelancers hun werk voorlopig niet op hun eigen website mochten zetten. De huidige staking van de Amerikaanse tv-schrijvers gaat over een vergelijkbaar conflict: de schrijvers merken dat het kanaal voor distributie van hun werk verschuift van tv naar internet, maar de studio’s willen niets van de winst van de internetverkoop afstaan.
Een sterk auteursrecht is zelfs een belemmering voor kunstenaars en artiesten, stelde de Canadese schrijver Cory Doctorov recent. Doctorov, die faam verwierf doordat hij een aantal van zijn boeken rechtenvrij publiceerde, wijst erop dat een sterk auteursrecht ook strenge handhaving vergt en dus een duur leger van advocaten dat sites doorspit en rechtszaken voert. Dat zal de prijs van boeken, cd’s en dvd’s verhogen, wat contraproductief is voor elke artiest. Maar belangrijker: “Wanneer de kosten van distributie omhoog gaan, neemt het aantal distributiebedrijven altijd af. En we weten allemaal hoe het medialandschap er dan uitziet: de oude muziekindustrie, de kabelmaatschappij, het studiosysteem. Stuk voor stuk monolieten waar de consument smacht naar diversiteit en waar artiesten door de industrie worden gemangeld.”8
In de muziekindustrie is die trend aan het keren: grote artiesten als Madonna verlaten hun labels en beginnen voor zichzelf9, een aanpak die ze hebben geleerd van de indie-bandjes die hun eigen kanalen via internet organiseerden, en die dat konden doen juist omdat daar nog geen monopolies waren, geen distributieregels, geen hosting sites die aansprakelijk werden gesteld voor elke faux pas. Artiesten, stelt Doctorov, hebben tegenwoordig weinig baat bij auteursrecht. Aanzienlijk belangrijker zijn “het recht om vrijuit te spreken en vrijuit te scheppen, zonder gefilterd te worden door advocaten, en de mogelijkheid om uit de klassieke distributiekanalen te stappen.”10
Inmiddels is in de VS een aantal scenarioschrijvers voor zichzelf begonnen en zoeken ze naar wegen om de oude studio’s te omzeilen.

Pagina's <12345>
Essay
Google-topman vreest voor openheid internet
Camera's voor observeren vliegtuig-passagiers
NAC scout keeper via YouTube
XIVJonge leraren komen terecht in een setting waarin het niet normaal is dat je internetapplicaties en -toepassingen kunt gebruiken op momenten dat het jou uitkomt.
LXIIIIk zou het zonde vinden als marktwerking het gebruik van internet in de weg zou staan. Ik zie internet als een belangrijke basisvoorziening, vergelijkbaar met gas, water en licht.
XLIITe vaak wordt het internet nog gezien als een hulpmiddel dat het leven makkelijker maakt, er moet echter hard gewerkt worden om het kritisch vermogen onder de knie te krijgen.
Download de uitgave 'Mediawijsheid in Perspectief'  (PDF, 6.25 Mb)