Het vervolg
De Raad voor Cultuur is adviseur, geen belanghebbende bij het veld waarover hij adviseert. Meestentijds trekt hij zich daarom op de achtergrond terug als hij zijn advies heeft uitgebracht. Maar niet altijd. Het maatschappelijk belang van mediawijsheid en de vele sectoren — ook buiten de cultuur — die het betreft, maakte dat de Raad zijn visie ook op andere plekken en in andere vormen over het voetlicht wilde brengen. Daartoe organiseerde hij onder meer in samenwerking met het ministerie van OCW een symposium en besprak hij het onderwerp met een dertigtal deskundigen uit zeer verschillende maatschappelijke sectoren.2Twee jaar na het uitbrengen van het advies, staat mediawijsheid prominent op de agenda. De term is aangeslagen, duikt op in lezingen, interviews en publicaties. Zowel in het regeerakkoord als in de regeringsverklaring van het huidige kabinet wordt het belang van mediawijsheid onderstreept en wordt beleid aangekondigd. Een netwerkorganisatie mediawijsheid is in de maak, er worden leerlijnen mediawijsheid ontwikkeld en recent zijn de eerste diploma’s uitgereikt aan ‘mediacoaches’ — een van de aanbevelingen in het advies van de Raad. Zo zijn er nog andere voorbeelden te geven van initiatieven en activiteiten waarbij het advies van de Raad een rol heeft gespeeld.
Opvallend aan veel van de initiatieven is dat ze betrekking hebben op jeugd en onderwijs. Van de verbreding die de Raad noodzakelijk achtte — mediawijsheid is een zaak van iedereen en speelt zich af op bijna alle terreinen van het maatschappelijk leven — is nog nauwelijks sprake. Met deze publicatie wil de Raad die verbreding weer op de agenda zetten. Hij voelt zich daarbij gesteund door de Europese Commissie die als uitgangspunt heeft genomen dat ‘media literacy’ een van de voorwaarden is voor actief en volwaardig burgerschap.3 De Commissie is in dat kader ook bijzonder geïnteresseerd in de toepassing van ict in wijken en buurten.4
De publicatie
In het boek dat voor u ligt, staan de gesprekken centraal die de Raad in 2006 en 2007 heeft gehouden met de eerder genoemde deskundigen. Die gesprekspartners werden gezocht, en gevonden, in allerlei sectoren, met uiteenlopende functies. Ze zijn werkzaam in de zorg, de media, het onderwijs of het bankwezen, en ze houden zich bezig met beleid, bestuur, veiligheid, integratie of sociale cohesie. Met hen besprak de Raad de ontwikkelingen, kansen en bedreigingen van een maatschappij die steeds meer van media doordrenkt raakt, en de effecten daarvan op hun werk of beleidsterrein. Twaalf van die gesprekken treft u in dit boek aan; de overige kunt u vinden op de bijbehorende website waar ook het integrale advies te lezen is (www.mediawijsheidinperspectief.nl).Behalve de twaalf interviews bevat het boek ook een essay van publiciste Karin Spaink. Op verzoek van de Raad en na kennisname van het advies en de interviews, reflecteert zij op het begrip ‘mediawijsheid’. Zij signaleert een steeds urgenter wordende problematiek rond enerzijds auteursrecht en de vrijheid van meningsuiting, en anderzijds privacy.
Aan een jonge fotografe, Nadine Stijns, is de opdracht verleend mediawijsheid te vangen in een reeks foto’s. De foto’s laten het contrast zien tussen de abstractie van de (nieuwste) mediatechnologie met de alledaagsheid van het gebruik ervan. Of het nu gaat om de zorg of de openbare ruimte, om mobiliteit of winkelen, de invloed van media is overal aanwijsbaar.
Tot slot is een beknopt overzicht toegevoegd van wat er sinds het uitkomen van het advies met mediawijsheid en de aanbevelingen in het advies is gebeurd.