Naast de trend van doelmatig werken is er ook de neiging om — vaak met een beroep op technologische ontwikkelingen — over te gaan tot decentralisatie en privatisering. In bijna alle gevallen gaat dat gepaard met een vergaande controle. En die controle blijkt in veel gevallen tot hogere kosten en een vertragende bureaucratie te leiden. Inmiddels is een parlementair onderzoek nodig om te achterhalen wanneer en hoe het onderwijs in het slop kon raken. In 1999 werd Bram Peper door de Eerste Kamer weggehoond toen hij het had over “de kunst van het loslaten”.
De overheid praat wel veel over zelforganisatie, maar heeft uiteindelijk weinig vertrouwen in de burger.
Else Rose Kuiper
De politiek wil blijven sturen en doet dat meer en meer via data en technologie. Dat de technologie steeds vaker het morele en maatschappelijke speelveld van de politiek bepaalt bleek toen de overgangsregeling voor 50.000 mensen in verzorgingstehuizen volgens staatssecretaris Bussemaker, op 7 december 2007 in de Tweede Kamer, “niet kan doorgaan omdat de computersystemen deze aanpassing niet aan kunnen.” Bedrijfsvoering is altijd een mix van visie, waarden en efficiency. Tegelijk met privatisering doet de overheid, misschien ongewild, aan de outsourcing van de ethiek. Steeds vaker worden externe partijen belast met de toepassing en uitvoering van overheidsmaatregelen. Zij ontkomen daarbij echter niet aan het maken van subjectieve keuzes. Omdat dat keuzeproces niet langer in het openbaar plaatsvindt — bij de overheid — is voor de burger onduidelijk, of sterker nog onzichtbaar, welke beginselen van verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid door deze partijen worden toegepast. En als de toepassing van regels, of technologie zoals in bovenstaand voorbeeld, leidt tot maatschappelijk ongewenste uitkomsten, is dat “jammer maar onvermijdelijk”.
Op grond van haar ervaring met de persoonlijke bemoeizucht van de overheid bij de opvoeding van haar eigen kind spreekt journaliste en auteur van Het Marokkanendrama, Fleur Jurgens, over Het Nieuwe Wantrouwen13. Zij verwijt dit ‘betuttelkabinet’ een beledigende benadering van de burger en is ervan overtuigd dat deze achterdocht ontwrichtend is voor de samenleving. Zij ziet nog een bijkomend bezwaar aan de verregaande bemoeizucht van de overheid met ouders: “wantrouwen in hen schept namelijk wantrouwen in de kern van de beschaving.”
Tot slot
Met deze publicatie rondt de Raad voor Cultuur zijn advisering af met betrekking tot mediawijsheid. Het onderwerp heeft echter een vervolg gekregen in het advies Innoveren, participeren! Advies agenda cultuurbeleid & culturele basisinfrastructuur (maart 2007) waarin de Raad de notie van ‘cultureel burgerschap’ centraal stelt en pleit voor een beleidsmatige oriëntatie op cultuur in een gemedialiseerde wereld. Daarnaast is de Raad begonnen aan een verkenning over het publieke domein. Hoe ontwikkelt zich het publieke domein in een sterk veranderende omgeving? Welke krachten werken er op in, welke bedreigingen of belemmeringen zijn er als gevolg van bijvoorbeeld machtsconcentraties in de mediasector en het steeds meer verhandelbaar worden van cultuur en informatie? Welke waarden moeten — al dan niet met behulp van de overheid — in alle gevallen gewaarborgd zijn en blijven? Hoe belangrijk zijn vrijheid, rechtvaardigheid, verbondenheid en authenticiteit? Hoe kunnen we daarvoor ruimte scheppen als tegelijkertijd de technologie zich verder ontwikkelt, de wereld steeds kleiner wordt en de regelgeving steeds intenser? En als we het over die waarden eens zouden kunnen worden, waar staan we dan nu, waar groeien we naar toe als we niets doen, wat moeten we doen om die gewenste omgeving te realiseren?Het vraagstuk van mediawijsheid is onlosmakelijk verbonden met de kwestie van het publieke domein. Want als burgers niet beschikken over voldoende ruimte om betekenis te geven aan wat ze doen en denken, is mediawijsheid een loos begrip geworden.
Gerard Hulshof
Lid Raad voor Cultuur