logo Raad voor Cultuur

Mediawijsheid
in perspectief

www.cultuur.nl contact colofon

Andrée van Es

Ten tijde van het interview was ex-politica Andrée van Es voorzitter van de GGZ, de koepelvereniging van instellingen in de geestelijke gezondheidszorg. De GGZ heeft zelf geen rechtstreeks contact met de patiënten, en heeft daarom een website die alleen bedoeld is voor de achterban. Dat neemt niet weg dat Van Es goed zicht heeft op de wijze waarop in de zorg met nieuwe media wordt omgesprongen. Sinds 1 november 2007 is Van Es directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.


De geïnformeerde patiënt

Op internet kunnen burgers tegenwoordig bijna alle informatie vinden die ze zoeken. De vraag is in hoeverre dit op het gebied van de zorg ook zo is. De wijze waarop het Nederlandse zorgsysteem is ingericht gaat er volgens van Es van uit dat de Nederlandse patiënt goed geïnformeerd is. Beleidsmakers lopen hierin echter veel te ver vooruit, denkt van Es. “Binnen de zorg is men nog niet bereid om alle mogelijke informatie vrij te geven. Het is voor patiënten nog moeilijk verschillende ziekenhuizen met elkaar te vergelijken en op basis daarvan een afweging te maken waar ze behandeld willen worden. Stel dat je kind een geestelijke stoornis heeft, dan is het in Nederland onmogelijk om zelf op zoek te gaan naar een goede behandeling. In Nederland word je met een klacht doorverwezen naar een arts, zonder dat je weet wat de kwaliteit is van die arts. Als je op internet op zoek gaat naar goede doktoren kom je automatisch in het buitenland terecht. Goede overzichtelijke informatie ontbreekt namelijk in Nederland.” Van Es vindt dat er ook wel het een en ander valt af te dingen op het aanbieden van alle mogelijke informatie. “Kwaliteit van de zorg is voor patiënten vaak niet het leidende criterium. Mensen willen niet de beste chirurg, maar willen dat er aardig tegen ze gedaan wordt. Een goede service krijgt de voorkeur boven goede zorg.”
Van Es ziet een groot probleem in het feit dat zowel de overheid als de beleidsmakers binnen de zorg de nieuwe media te instrumenteel benaderen. Nieuwe media worden nog te veel als iets puur technisch beschouwd, waardoor de betekenis en de consequenties van de nieuwe media onvoldoende doordacht worden. “Beleidsmakers willen allerlei instrumenten inzetten, zonder daarbij te doordenken wat het inzetten van deze instrumenten voor gevolgen heeft, ook in strategisch opzicht. Nieuwe media worden ingezet met het idee dat klanten dan meer te kiezen hebben, maar er wordt niet nagedacht over wat het betekent als klanten alles zelf kunnen bepalen.”

Politieke keuzes

Tegelijkertijd zet ook de overheid allerlei middelen in die de burger meer keuzevrijheid geven, maar dat leidt volgens Van Es niet altijd tot betere kwaliteit. “De overheid denkt te vaak: als de burger zelf kan kiezen, dan komt het wel goed. Marktwerking lijkt het enige criterium te zijn dat de overheid er op nahoudt, inhoudelijke en normatieve criteria spelen hier geen enkele rol meer in. Gevolg is dat de bestuurders binnen de GGZ politieke keuzes moeten maken waarvan ze het idee hebben dat deze keuzes eigenlijk eerder door de politiek gemaakt hadden moeten worden. Met andere woorden: het terrein waarop de politieke keuzes horen plaats te vinden, is verlegd naar het domein van zorgondernemers.
Initiatieven binnen de zorg op het gebied van nieuwe media zijn volgens Van Es nog erg versnipperd. “Het verschilt per instelling of er daadwerkelijk iets ondernomen wordt op het terrein van de nieuwe media. Initiatieven op dit gebied zijn vaak afhankelijk van enkele enthousiastelingen bij een zorginstelling, op een hoger niveau wordt absoluut niet nagedacht over de mogelijkheden en consequenties van de nieuwe media. Als er bij beleidsmakers al nagedacht wordt over nieuwe media, gebeurt dat alleen op een heel oppervlakkig niveau.” Van Es is wel positief over de ontwikkelingen rond e-health binnen de zorg. “Er zijn hele positieve ervaringen met digitale intakegesprekken. Dit soort hoopvolle initiatieven tonen aan dat nieuwe media zeer interessant en behulpzaam kunnen zijn binnen de zorgsector."

Controle

Van Es benadrukt dat als de keuzeverantwoordelijkheid steeds meer bij de burgers komt te liggen, het ook steeds belangrijker wordt dat burgers verschillende soorten informatie kunnen onderscheiden. “Als de burgers veel keuzevrijheid hebben, moeten ze wel weten of de informatie die ze op internet vinden van professionals afkomstig is. Internet heeft er voor gezorgd dat burgers over veel meer informatie kunnen beschikken dan voorheen, maar het bedient ook de mensen die alleen maar snelle zap-info willen. Daarnaast heb ik het idee dat als je mensen via de nieuwe media wilt bereiken, je de boel moet gaan opleuken. Dit opleuken gaat helaas te vaak gepaard met oppervlakkigheid.” Zou de overheid hierin een rol kunnen spelen? “Ik denk het wel. Zij zou standaarden moeten ontwikkelen voor kwaliteitsherkenning. Ook zou de overheid tegenwicht moeten bieden tegen de ongelooflijke hoeveelheid onjuiste informatie op internet, wat overigens niet betekent dat er een soort staatssite moet komen die claimt de waarheid in pacht te hebben. Toch zou de overheid hierin best een corrigerende en regulerende rol mogen spelen. Het belangrijkste is dat de burger geleerd wordt informatie op internet kritisch te benaderen en niet gelijk voor waar aan te nemen.”
Moet de overheid aanhaken bij be-staande initiatieven als Wikipedia en Maroc.NL om de burger mediawijzer te maken en de democratie te versterken? “Die vraag verschilt volgens mij niet wezenlijk van de vraag die dertig jaar geleden ook al gesteld werd, namelijk: hoe kunnen wij als overheid onze beheersmatige behoeftes bevredigen met behulp van eigen initiatieven van de burger? Hier heb ik niet veel mee op, ik persoonlijk zou gelijk iets anders gaan verzinnen als de overheid míj voor haar karretje zou dreigen te spannen.” Van Es meent dat de overheid de nieuwe media vooral ziet als een middel voor het creëren van transparantie. “Het begrip transparantie wordt vaak misbruikt. Voor de overheid is het creëren van transparantie namelijk verworden tot een controle-instrument. Het proces van de medialisering wordt door de over-heid gebruikt als middel voor controle, en niet voor het scheppen van nieuwe ruimten.”
Interviews
Russische blogger vervolgd na kritiek op politie
De digitale gezelligheid van Hyves
Gebruik van internet op de mobiele telefoon stijgt
XHet gaat ons er vooral om de jongeren kritische vaardigheden bij te brengen. Over de technische kant van de nieuwe media hoeven we ze niets te leren.
XXXIIn de wereld van de netwerken is niemand de baas. Dus is het lastig om iemand de leiding te geven.
LIIDe media zijn niet de oorzaak van de problemen in de samenleving, maar bevestigen die wel.
Download de uitgave 'Mediawijsheid in Perspectief'  (PDF, 6.25 Mb)