In 2006 trad Carolien Gehrels aan als wethouder in Amsterdam. In die hoedanigheid gaat ze over de zaken die te maken hebben met kunst, cultuur, sport en lokale media. In 1999 schreef Gehrels, toen nog werkzaam bij onderzoeksbureau Berenschot Communicatie, met collega’s het boekje De tekens van de nieuwe tijd. Hierin stond de gedachte centraal dat trendbreuken in de tijd bijna altijd veroorzaakt worden door technologische ontwikkelingen. Gehrels voorspelde dat er een mediarevolutie aankwam die onafwendbaar was en die het leven voorgoed zou veranderen.
Nieuwe media in Amsterdam
Gehrels vertelt dat Amsterdam door de aanleg van een glasvezelkabel voorop loopt in de ontwikkelingen rond de nieuwe media. Met dit nieuwe distributiekanaal wil Gehrels liefhebbers over de hele wereld laten kennismaken met de culturele rijkdom van Amsterdam. “Wij richten ons in het algemeen op twee groepen: op de Amsterdammers en op de cultuurliefhebbers wereldwijd. Met het ontsluiten via de kabel van onze culturele rijkdom - die een dag oud, maar ook eeuwenoud kan zijn - is het ons vooral te doen om de individuele kunstliefhebber, we zijn er niet zozeer op uit om de grote massa aan te spreken. Op die manier hoop ik dat we Amsterdam sterker kunnen positioneren in de wereld en meer inhoud kunnen geven aan die positie.”Interessant aan de manier waarop de nieuwe media zich ontwikkelen vindt Gehrels dat producent en consument steeds dichter bij elkaar komen te staan. “Door de interactieve mogelijkheden van de nieuwe media krijgen mensen steeds meer de mogelijkheid om zelf een bijdrage te leveren aan de cultuur. Bovendien gaat er een verbindende kracht uit van de nieuwe media. In dat opzicht vind ik de wijk IJburg een heel interessant gebied. Hier zie je namelijk dat dankzij het internet allerlei sociale verbanden worden aangegaan en dat er een digitale gemeenschap ontstaat.”
Van Fabchannel naar Cultureplayer
Gehrels ziet dat er in Amsterdam talloze interessante projecten plaatsvinden op het gebied van cultuur en nieuwe media. Ze noemt Fabchannel als voorbeeld. “Een aantal medewerkers van Paradiso bedacht op een gegeven moment dat het eigenlijk jammer was dat bij elk concert in Paradiso maar 1500 mensen aanwezig kunnen zijn. Zij hebben toen in Paradiso een aantal webcams opgehangen zodat de concerten ook via internet gevolgd kunnen worden. Zo kunnen mensen van over de hele wereld volgen wat er in Paradiso allemaal gebeurt. Fabchannel is een enorm succes, de initiatiefnemers ontvangen er zelfs de ene na de andere prijs voor.” Inmiddels is uit Fabchannel een nieuw project voortgekomen: Cultureplayer. In dit project werken tien grote Amsterdamse culturele instellingen (Rijksmuseum, Van Goghmuseum, Concertgebouw, Koninklijk Theater Carré, Het Muziektheater, De Meervaart, IDFA, Stadsschouwburg, Holland Festival en de Openbare Bibliotheek Amsterdam) aan het ontwikkelen van een krachtige internetstrategie. “Ik geloof dat we op deze manier veel mensen naar Amsterdam kunnen lokken. Als mensen eenmaal via Fabchannel of Cultureplayer het een en ander van Amsterdam gezien hebben, zijn ze hopelijk zo nieuwsgierig geworden naar de stad dat ze hier een keer naartoe komen.” Gehrels vraagt zich af of de culturele sector voorop kan blijven lopen in dit soort ontwikkelingen op het gebied van de nieuwe media en of we niet direct worden ingehaald door grote bedrijven als Apple en Google. “Als we ingehaald worden door de commercie, is dat alleen maar mooi: meer spreiding van cultuur. Dan is de overheid succesvol aanjager geweest”. Gehrels verwacht dit overigens niet.Mediawijsheid
De crux van het probleem van de nieuwe media is volgens Gehrels gelegen in de vraag of mensen verschillende bronnen nog op een juiste manier kunnen duiden. “De vraag blijft altijd in hoeverre je de afzender vertrouwt. Het is onwaarschijnlijk belangrijk dat mensen bronnen leren duiden en betekenis kunnen geven aan de grote hoeveelheid informatie die dagelijks op ze afkomt. Ik denk dat het onderwijs en ook de bibliotheken hierin een cruciale rol zouden moeten spelen; iets waar de overheid tot nu toe nog te weinig op inzet. De overheid heeft überhaupt nog weinig besef van de consequenties die de nieuwe media voor het beleid hebben. Zelf heb ik overigens ook geen pasklaar antwoord op de vraag hoe we burgers mediawijzer moeten maken. Dat komt vooral omdat we met de nieuwe media nog maar aan het begin van ontwikkelingen staan die we nog niet kunnen overzien.”Tot slot benadrukt Gehrels het beleidsmatige belang van duidelijke facts and figures voor het onderwerp mediawijsheid. “Pas als er duidelijke feiten op tafel liggen zal het mogelijk worden om het belang van mediawijsheid ook bij mijn collega-wethouders en andere sectoren zoals bijvoorbeeld de zorg en de veiligheid onder de aandacht te brengen.”