logo Raad voor Cultuur

Mediawijsheid
in perspectief

www.cultuur.nl contact colofon

Else Rose Kuiper www.brekendvaatwerk.nl

Else Rose Kuiper is directeur van het projectbureau Brekend Vaatwerk, dat onder andere ict-toepassingen ontwerpt en implementeert, die aansluiten bij activiteiten in het dagelijkse leven. Samen met anderen heeft Kuiper ‘Web in de Wijk’ geïnitieerd. De Europese Commissie heeft deze werkwijze, die inmiddels in twaalf wijken in vijf steden te vinden is, getipt als een van de beste Nederlandse e-inclusion-initiatieven.
Ter inspiratie heeft de Commissie de geselecteerde voorbeelden uit alle lidstaten in een boek gebundeld en aangeboden aan de ministerraad van de Europese Unie.


Web in de Wijk

‘Web in de Wijk’ is door Brekend Vaatwerk ontwikkeld, samen met Bert Mulder (De InformatieWerkPlaats), en Cees van de Grift en Wobbe Katoen (beide van ‘Emmen Revisited’, een samenwerkingsverband van de gemeente Emmen, welzijnsgroep Sedna en lokale woningcorporaties). Zij wilden met behulp van ict de kwaliteit van (samen)leven van mensen in een wijk bevorderen. Het project startte in 2002 in de wijk Bargeres in Emmen. Al in het begin werd uit de gesprekken met bewoners duidelijk dat er meer nodig was dan een wijkportaal. Mensen gaven aan dat zij meer contact en samenwerking in de wijk zochten en dat zij in staat gesteld wilden worden dat zoveel mogelijk zelf te regelen. Om dat te ondersteunen werd speciaal internetgereedschap ontwikkeld. Alle bewoners kunnen daarmee “in een paar klikken” hun eigen website bouwen om wensen en doelen dichterbij te brengen. Maar ‘Web in de Wijk’ is meer dan alleen een “websitebouwdoos”, aldus Else Rose Kuiper. “‘Web in de Wijk’ laat bewoners zien hoe ze internet kunnen gebruiken om anderen te leren kennen en activiteiten te organiseren. Op die manier wordt internet gebruikt als een alledaags communicatiemiddel dat kan zorgen voor meer informatie, communicatie en organisatie in een buurt. Bijkomend voordeel is dat met de eenvoudige bouwdoos iedereen, ook niet-fanatieke internetters aan het woord kunnen komen.”
Omdat ‘Web in de Wijk’ draait om de inbreng van alle bewoners en om een ander perspectief op het gebruik van media, is extra inspanning nodig om het project te laten slagen. Daarvoor worden ‘animateurs’ aangetrokken: medewerkers met grote communicatieve en strategische vaardigheden, die geschoold worden om met interactieve media om te gaan. Zij werken met buurtbewoners, inspireren hen en dagen hen uit om met anderen samen te werken. “Een website bouwen is eenvoudig, maar om een website te maken die een gesteld doel dient, is lastiger. Er was een meisje dat een prachtige website had gemaakt over pesten met als doel anderen te helpen. Zij wist echter niet hoe ze op een inspirerende manier antwoord kon geven op de vragen die ze kreeg van de jongeren die haar site bezochten. De animateur kon haar tips geven.” Als ‘Web in de Wijk’ eenmaal loopt, wordt de begeleiding afgebouwd: op een wijk van tienduizend mensen is er dan nog voor zo’n zestien uur per week een animateur nodig. Kuiper: “Er is altijd ‘animatie’ nodig om tot de verbeelding te kunnen blijven spreken.”

Empowerment

Om te leren van ervaringen van anderen, ging Kuiper op zoek naar partners die op een soortgelijke manier denken over het sociaal gebruik van ict voor lokale toepassingen. Die partners vond ze in Engeland en Letland. “Daar werd nagedacht over het gebruik van internet om mensen uit hun sociale en maatschappelijke isolement te halen. Zo werden in Londen werkloze jonge volwassenen tot voetbalcoaches voor de jeugd opgeleid, op voorwaarde dat zij verslagen van de wedstrijden op het internet zouden plaatsen. Daardoor leerden ze beter communiceren.” In Letland hield men zich bezig met de vraag hoe je mensen kunt motiveren om het internet als communicatiemiddel te gebruiken. Wat al die projecten gemeen hebben met ‘Web in de Wijk’ is dat ze aansluiting zoeken bij de ambities en drijfveren van de mensen die ze willen bereiken of betrekken.
In dat laatste schuilt een van de grootste kritiekpunten van Kuiper op het ict-beleid van de overheid. “Overheden denken bij internet aan verbetering van eigen producten en aan verbetering van het bereik van de dienstverlening aan burgers. Maar het is minstens zo interessant en belangrijk om na te gaan wat de burger dankzij internet zélf kan en wil doen. En wat de overheid kan en moet doen om dat te ondersteunen. Kuiper geeft het voorbeeld van de bedenker van het PersoonlijkZorgNetwerk (www.pznnet.nl). Deze bedacht een website waardoor zijn verschillende mantelzorgers zelf hun tijden konden inroosteren en onderling relevante informatie over hem konden uitwisselen. Die manier van werken bleek heel succes-vol. Toch heeft hij nog heel lang moeten zoeken naar manieren om dit ook voor andere gehandicapten mogelijk te maken; er waren erg veel formele obstakels. Kuiper: “Werken vanuit het perspectief van mensen. Dat is werken aan empowerment. Dat doet de overheid veel te weinig.”
Deze visie van Kuiper en haar col-lega’s in Nederland, Engeland en Letland, werd opgepikt door de Europese Unie. “Wil je de empowerment-potentie van internet realiseren, dan moet je je niet afvragen hoe mensen via ict beter verzorgd kunnen worden, maar hoe mensen met behulp van ict beter voor zichzelf kunnen zorgen. Daar werd op Europees niveau nog niet over nagedacht. Nu worden er kleine initiatieven gestart om de mogelijkheden van dit perspectief te verkennen.

Risicogroepen

Onderzoek van het SCP wijst uit dat met name risicogroepen internet niet strategisch inzetten voor eigen doelen. Volgens Kuiper kan dat wel als ze er de meerwaarde van ervaren. Dat gebeurt onder andere in ‘Web in de Wijk’-projecten doordat die aansluiten bij het dagelijks leven van mensen. “Mensen kunnen een logboek maken op internet. Daardoor leren ze omgaan met internet. In eerste instantie schrijven ze alleen voor zichzelf. Op een gegeven moment echter gaan ze ook schrijven voor de mensen die hun logboek lezen. Dat is een bruikbaar sociaal proces.” Zo ontstaan volgens Kuiper nieuwe perspectieven, waarbij mensen ook een andere rol in de maatschappij kunnen krijgen. Kuiper haalt het voorbeeld aan uit een van de Web in de Wijkprojecten, waarbij een gehandicapte vrouw die haar huis nauwelijks uit kon komen, via internet diensten aan anderen in de wijk ging verlenen en zo van hulpvrager in hulpbieder veranderde.
Een belangrijke voorwaarde is wel dat de technische middelen heel eenvoudig en effectief zijn in het gebruik. “Het stelt specifieke eisen aan de architectuur of het ontwerp van web-toepassingen, die bovendien voortdurend geactualiseerd moeten worden om bij de tijd te blijven.”
Internetproblematiek wordt door overheden, meent Kuiper, vaak rechtstreeks gekoppeld aan toegang voor de sociaal zwakkere klassen: ouderen, migranten, werklozen en mensen met een lage opleiding. “In het zogeheten e-inclusion beleid wordt veel, zoniet het meeste geld besteed vanuit de opvatting dat traditionele kansarme groepen geen internet hebben. Maar dat idee klopt niet altijd. Ouders hebben er bijvoorbeeld heel veel voor over om hun kinderen computers en internet te geven. Volgens onderzoek van de Sociale Dienst in Amsterdam is honderd procent van de allochtone jongeren online. Dat betekent niet dat ze allemaal een computer thuis hebben, maar ze hebben er wel toegang toe.” In de praktijk blijkt het vooral een vraagstuk van strategisch gebruik van internet te zijn.

Stimulans voor de democratie

Door de brede beschikbaarheid van computers en internet zal ook de visie van de overheid op haar relatie met de burger verschuiven, verwacht Kuiper. “Overheden en instellingen zijn nu nog te vaak bezig met hun eigen verhaal. Welke ambtenaar neemt ooit de tijd om eens te kijken wat er leeft onder de mensen op zijn terrein?” Volgens Kuiper kan het een stimulans voor de democratie betekenen als websites van burgers (of wijkbewoners waar het de lokale democratie betreft) meegenomen zouden worden bij het agenderen en oplossen van problemen: “Uitgaan van dat wat burgers al maken, doen of voorstellen, reageren in plaats van vragen om reacties op overheidsplannen.” Webtoepassingen kunnen dan informatie bieden en behulpzaam zijn als het gaat om de organisatie van discussies tussen bijvoorbeeld bewoners, winkeliers, bedrijven en bestuurders bij de overheid.
Internet kan zo een belangrijke rol spelen in democratische besluitvorming. Er zijn gemeenten die zich organiseren rond de wijkgerichte aanpak. Ook de aanpak van Emmen Revisited, partner van ‘Web in de Wijk’, kan wat Kuiper betreft als voorbeeld dienen: “Daar wordt systematisch nagedacht over de verschillende taken en verantwoordelijkheden. Wat is de rol van burgers? Wat kan de rol van politie, welzijnsorganisaties, woningbouwverenigingen en van de gemeenteraad zijn? Ook is er veel aandacht voor communicatie. In feite wordt in Emmen opnieuw nagedacht over de legitimiteit van de macht.”

Toekomstscenario’s

Of, buiten Emmen, ook andere overheden en organisaties het idee over het sociaal gebruik van ict oppakken? De Europese Commissie is volgens Kuiper in ieder geval welwillend en ook bij verschillende Nederlandse ministeries kijkt men met belangstelling naar de vorderingen van bijvoorbeeld ‘Web in de Wijk’. Er komt een conferentie over de rol van ict in buurten en wijken, ondersteund door de directie voor Wonen, Wijken en Integratie. Ook wordt er gewerkt aan samenwerking met verschillende diensten voor Werk en Inkomen. Tevens heeft Kuiper samen met anderen het ministerie van Economische Zaken (als coördinerend ministerie voor ict en in bijzonder voor het beleid rond e-inclusion) geadviseerd om toekomstscenario’s te ontwerpen rond de mogelijkheden van empowerment via internet en e-vaardigheden.
Daarbij is een vooruitziende blik volgens Kuiper van cruciaal belang. “De overheid bedenkt vooral oplossingen voor de problemen van nu. En dat is jammer, want Nederland kan door het brede internetgebruik in dit opzicht een voorhoedefunctie in Europa vervullen.” Kuiper haalt het probleem van de zorg aan. “Men probeert hardnekkig meer medewerkers in de zorg te krijgen, maar het is nu al bekend dat het er, zeker op termijn, nooit genoeg zullen zijn. De overheid zou er beter aan doen ook na te denken over de vraag wat een patiënt nodig heeft om zelf zijn of haar zaken te kunnen regelen. Uiteraard heeft dat gevolgen voor de opleidingen en de ict die professionals, vrijwilligers èn patiënten nodig hebben om ook daadwerkelijk de benodigde taken te kunnen uitvoeren. Niet van bovenaf, maar vanuit de patiënt gezien.”

Vertrouwen

Het is volgens Kuiper van belang dat de overheid begint met het ontwikkelen van voorbeeldscenario’s en het in kaart brengen van kansen. Het opzetten van voorbeeldprojecten kan wellicht ook de angst wegnemen die er bij de overheid bestaat ten aanzien van zelforganisatie van de burger. “De overheid praat wel veel over zelforganisatie, maar heeft uiteindelijk weinig vertrouwen in de burger. De wens naar zelforganisatie vraagt om doordenken wat een burger kan, wat hij of zij samen met anderen kan en waar extra middelen en expertise nodig zijn. Ict biedt dan nieuwe kansen.” Maar dan moeten burgers wel worden toegerust met mediavaardigheden en het juiste gereedschap. “De overheid zegt al jaren dat de burger meer eigen verantwoordelijkheid moet nemen, maar besteedt geen enkele aandacht aan de tools en methodieken die daarvoor nodig zijn. De burger wordt zonder kennis en instrumenten achtergelaten.”
Interviews
Russische blogger vervolgd na kritiek op politie
Monniken beroemd door YouTube
Camera's voor observeren vliegtuig-passagiers
LXIVIk denk dat we met Maroc.NL een virtueel maatschappelijk middenveld gecreëerd hebben.
XXIHet meeste geld in jonge gezinnen gaat naar televisie, film en nieuwe media. Dan wil je op die terreinen ook kwaliteitsproducten. Waar zijn de artistieke games bijvoorbeeld?
LXXEr wordt jongeren ook geleerd hoe ze met letters om moeten gaan, waarom zouden we ze dan niet onderwijzen in beeldtaal?
Download de uitgave 'Mediawijsheid in Perspectief'  (PDF, 6.25 Mb)