Liesbeth Hop is oprichter van de stichting Reclame Rakkers. Vanuit het gegeven dat kinderen de laatste vijftien jaar steeds meer aan media en reclame bloot worden gesteld, probeert Reclame Rakkers kinderen mediawijzer te maken en commercieel bewustzijn bij te brengen. De stichting is een kenniscentrum en houdt zich in de eerste plaats met educatieve projecten bezig. Ze wordt daarbij ondersteund door diverse maatschappelijke organisaties, wetenschappelijke instellingen, media-instellingen, bedrijven en de overheid.
Reclame Rakkers
De media-omgeving is de afgelopen jaren een steeds prominentere rol gaan spelen in het leven van kinderen. Hop ziet dat dit ten koste gaat van twee andere omgevingen, namelijk de thuis- en de schoolomgeving. “Wij volwassenen hebben de media-omgeving van kinderen gecreëerd, en daarom vind ik dat kinderen het recht hebben op onze uitleg. Met de stichting Reclame Rakkers proberen we kinderen deze uitleg te geven, door ze zo vroeg mogelijk bewust te maken van de dominante rol die media en commercie in hun leven spelen. Dit doen we door middel van educatie in de breedste zin van het woord. We verzorgen lesmateriaal voor zowel kinderen op basisscholen als opleidingen voor het bedrijfsleven.” Reclame Rakkers betrekt nadrukkelijk ook commerciële partijen bij haar werkzaamheden, in de hoop zo een bijdrage te leveren aan het creëren van een verantwoorde commerciële omgeving voor kinderen. “Het heeft helemaal geen zin om bepaalde commerciële partijen uit te sluiten, zij bepalen immers voor een groot deel het leven van het kind. Als je de samenleving wilt veranderen moet je dat samen doen met de partijen die de samenleving vormgeven, dus ook met de commerciële partijen”, aldus Liesbeth Hop.Stichting Reclame Rakkers opereert vanuit een netwerkstructuur. Er wordt gewerkt met diverse expertgroepen en het totale netwerk van de stichting bestaat in totaal uit 80 organisaties en 450 personen. Hop kent de veelgehoorde algemene klacht dat initiatieven op het gebied van media-educatie en mediawijsheid te versnipperd zijn, maar zij spreekt dit tegen. “Ik juich die versnippering juist toe. Het betekent namelijk dat het onderwerp mediawijsheid op veel verschillende plekken leeft. De kracht van onze werkwijze – in netwerkverband - is dat we zo juist veel verschillende soorten organisaties bij het onderwerp mediawijsheid betrekken. Wat ik vooral wil bereiken is dat bij de verschillende partijen die de media-omgeving van kinderen bepalen, het bewustzijn over de effecten en invloed van media vergroot wordt. Ik heb overigens het idee dat bij commerciële bedrijven het bewustzijn groeit. Naar mijn gevoel zijn bedrijven steeds meer bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen.”
Mediawijsheid
Aanvankelijk was de stichting Reclame Rakkers vooral gericht op commercie. Onderzoek wees echter uit dat de grens tussen media en commercie door de jaren heen steeds diffuser wordt. Voor de stichting was dit reden om zich steeds meer te concentreren op het bevorderen van de mediawijsheid van kinderen. Maar wat verstaat Hop precies onder het begrip mediawijsheid? “Wij benoemen vier componenten, namelijk: mediabewustzijn, mediabegrip, media-attitude en mediagedrag. Een kind is mediabewust als het zich bewust is van het feit dat het voortduren omgeven wordt door media. Met mediabegrip bedoelen we dat een kind begrijpt welke factoren een rol spelen bij de totstandkoming van mediaproducties, denk bijvoorbeeld aan de steeds grotere rol van de commercie in mediaproducten. Met media-attitude doelen we op de vraag of een kind zich een mening kan vormen over de verschillende media-inhouden die het dagelijks op zich afgevuurd ziet. En mediagedrag heeft vooral te maken met de vraag of kinderen zelf op een verantwoorde manier in staat zijn media-inhouden te produceren. Overigens zijn de eerste drie componenten een basisvereiste voor verantwoord mediagedrag, pas in laatste instantie komt het mediagedrag aan bod.”Mediamakkers, mediacoach, mediasmart
Om de mediawijsheid bij kinderen te vergroten ontplooit Hop met haar stichting drie kernactiviteiten. In de eerste plaats verspreidt de stichting op scholen gratis lesmateriaal, dat de naam Mediamakkers meegekregen heeft. “Maar we proberen ook te bereiken dat het thema media en commercie verankerd wordt in het basisonderwijs en dat bereik je niet met gratis lesmateriaal. Vandaar dat we ook in gesprek zijn gegaan met de educatieve uitgeverij Malmberg. We proberen Malmberg zo ver te krijgen dat ze het onderwerp mediawijsheid standaard in hun lesmateriaal gaan integreren. Het zou bijvoorbeeld goed zijn als kinderen bij begrijpend lezen ook advertenties voorgeschoteld krijgen. Overigens staat het thema mediawijsheid al wel enigszins vermeld in de kerndoelen van het basisonderwijs: in artikel 35 van deze kerndoelen staat dat kinderen moeten worden voorbereid op bepaalde maatschappelijke rollen, waaronder die als verkeersdeelnemer en als consument.”De tweede kernactiviteit bestaat uit het aanbieden van de Nationale Opleiding MediaCoach (sinds september 2007): een parttime opleiding op HBO-niveau van drie maanden die gericht is op leerkrachten en docenten in het primair en voortgezet onderwijs, jeugdhulpverleners en bibliothecarissen. “De opleiding wordt maatschappelijk breed aangeboden, zodat er een soort steen-in-de-vijver-effect ontstaat. Zo worden bibliothecarissen bij de opleiding betrokken, omdat bibliotheken steeds meer mediatheken worden.” De opleiding is een enorm succes, aldus Hop, en zit vol tot januari 2009. Daarom is besloten om per september 2008 de capaciteit van de opleiding te verdubbelen. “Er blijkt een enorme behoefte te bestaan aan een dergelijke opleiding waar professionele opvoeders inzicht krijgen in de belevingswereld van kinderen en jongeren wat betreft hun mediagebruik.” De opleiding bestaat gedeeltelijk uit kennisoverdracht vanuit de mediawereld en een didactisch deel waarin de cursisten leren deze kennis over te dragen. Doel is dat de mediacoaches in staat mediawijsheid in hun eigen werkomgeving op de agenda te zetten en eigen educatieve activiteiten te ontwikkelen voor kinderen, jongeren, collega’s en ouders.
Ook vanuit de politie is al belangstelling getoond voor de opleiding, vertelt Hop. “De politie ziet de nieuwe media steeds meer als een nog te ontginnen terrein, dat nieuw beleid vereist.” Om te voorkomen dat de kennis die studenten gedurende de opleiding opdoen snel verouderd is, hebben de cursisten exclusief toegang tot een besloten MediaCoach-website waarop zij continue hun kennis kunnen bijspijkeren. Daarnaast worden de ex-deelnemers verplicht minimaal 2 terugkomdagen per jaar bij te wonen.
De derde kernactiviteit van stichting Reclame Rakkers bestaat uit het jongerenlabel Mediasmart. Met dit voor het middelbaar onderwijs bedoelde label wil Reclame Rakkers jongeren leren hoe bronnen te beoordelen. “Het gaat ons er vooral om de jongeren kritische vaardigheden bij te brengen. Over de technische kant van de nieuwe media hoeven we ze niets te leren, daarin lopen ze ver vooruit op volwassenen.” Hop verwijst naar het boek Generatie Einstein dat onderzoeksbureau Keesie in 2006 uitbracht. “Hierin wordt een beeld geschapen dat de kinderen van nu dankzij de nieuwe media veel meer dingen tegelijk kunnen doen, veel sneller kunnen werken, en bovendien mentaal erg sterk zijn. Zo slecht gaat het dus niet met onze jeugd en met de verderfelijke invloed die van nieuwe media zou uitgaan, valt het dus ook wel mee. We kijken natuurlijk ook wel naar de gevaren van de nieuwe media, maar toch vooral naar de kansen die ze bieden.”