Prof.dr. Luc Soete is hoogleraar Internationale Economische Betrekkingen aan de Universiteit van Maastricht en directeur van UNU-MERIT, een onderzoeksinstituut van de United Nations University. Hij is onder andere lid van de Nederlandse Adviesraad voor Wetenschap en Technologie, en het Nederlands Forum voor Techniek en Wetenschap.
Keuzevrijheid
Hoewel Luc Soete in het advies van de Raad voor Cultuur over mediawijsheid een interessante poging ziet antwoord te geven op een aantal ontwikkelingen die zich in de maatschappij voordoen, heeft hij moeite met het woord ‘mediawijsheid’. “Er gaat iets paternalistisch van uit, het heeft iets sturends. Natuurlijk heeft een overheid verantwoordelijkheden en kan hij zelfs regie voeren over bepaalde zaken, maar dat zou toegespitst moeten zijn op cultuuruitingen en losgekoppeld van het begrip ‘media’. Welk recht heb je om, bijvoorbeeld, de gewone internetgebruiker te sturen? Je komt dan al snel in conflict met de vrijheid van de burger om op zijn manier eigen informatie te onttrekken en om uit de verschillende vormen van media te destilleren wat hij wil. Je raakt hiermee aan de keuzevrijheid van consumeren en uiteindelijk kom je in een situatie die ver af staat van de economische realiteit”, aldus Soete.Auteursrecht en participatie
Soete meent dat in het perspectief van mediawijsheid, de invalshoek van auteursrecht en participatie logischer is dan burgerschap. Hij legt uit hoe we te maken hebben met een steeds verder uitdijend en veranderend medialandschap, met uitgevers die voortdurend zoeken naar andere, rendabele vormen van exploitatie. Het huidige gebruik van media zorgt voor een verschuiving van de winstmodellen in de media. Onder jongeren zijn het de gratis kranten die voor informatievoorziening zorgen. Deze kranten moeten hun kosten geheel met advertenties terugverdienen. Dit roept de vraag op hoe de gratis informatie gecontroleerd wordt, erkent Soete. Hij ziet geen gevaar voor de opinievorming; door wet- en regelgeving is mediaverantwoord ondernemen goed geregeld in Nederland, zo meent hij. Bovendien zijn media-uitgevers zich bewust van de verantwoordelijkheid die ze hebben, denkt Soete. “Het gaat niet zozeer om ‘wijsheid’ als om verantwoordelijkheid. Ik heb het dan ook liever over ‘mediaverantwoordelijkheid’. Dat is waar het om zou moeten gaan.”Ook in het creatieve en culturele veld heeft de komst van internet het nodige veranderd dat raakt aan het auteursrecht. “De eigenschap van culturele uitingen is dat ze vaak gebaseerd zijn op vorige uitingen; ze bestaan dus bij de gratie van hergebruik. Cultuurproducten dienen zodanig beschermd te worden dat ze niet één partij toebehoren. Het lastige hierbij is dat professionals en amateurs verschillende belangen hebben. ICT laat toe dat iedereen – ook zij die er niet voor hebben gestudeerd - zijn creatieve talenten kan uiten, al dan niet professioneel.”
Educatie
Als het gaat om voldoende diversiteit in het publieke domein ziet Soete voor de overheid niet meer dan een prikkelende rol weggelegd. De overheid moet ervoor zorgen dat er voldoende ruimte is om verschillende geluiden die in de samenleving voorkomen, te uiten. Wel zou Soete graag zien dat de overheid voorwaarden schept die de kwaliteit van informatie op het internet kunnen garanderen. “De overheid zou natuurlijk net als bij de Publieke Omroep prestatieovereenkomsten kunnen aangaan met partijen die een opdracht hebben gekregen tot het vervullen van een bepaalde functie, zoals nieuwsvoorziening.” Hij ziet eveneens een actievere rol van de overheid als het gaat om educatie. “Het gaat erom dat mensen zich bewust zijn van de werking en invloed van internet. Bijvoorbeeld dat correcties ex post komen; uitingen op internet zijn blijvend. Ook wanneer een rectificatie heeft plaatsgevonden, kan de uiting in principe eeuwig op het net blijven zwerven en daarmee toegankelijk zijn voor een ieder. Het is belangrijk dat gebruikers zich hiervan bewust zijn.”Zelfcorrectie is geen vanzelfsprekendheid, meent Soete. “Een gebruiker waant zich onbespied, onbekend en is vaak niet te traceren. Dit leidt nogal eens tot agressiviteit en ander onwenselijk gedrag op internet. Zelfcorrectie werkt pas als je een branding name hebt.”
Ook het versturen van spam (ongewenste mail) beschouwt Soete als ongewenst gedrag. Tweederde van het mailverkeer is niet nuttig, zegt Soete, en hier heeft de overheid duidelijk een taak laten liggen door burgers geen bescherming te bieden via regelgeving tegen ongewenste (commerciële) e-mail.
Educatie is vooral ook van belang in verband met de veranderende positie die de ‘vrager’, de afnemer in de digitale omgeving inneemt. “In onze maatschappij worden veel diensten bepaald door de verlener; de vrager heeft vrijwel altijd een zwakkere positie. Dat is wellicht veranderd met de komst van internet. In de dienstensector, en met name de gezondheidszorg, laat de invloed van internet zich al duidelijk gelden. Via internet kunnen afnemers de prestaties, de kwaliteit en het dienstenpakket van de verschillende verleners met elkaar vergelijken. Het feit dat alle afnemers toegang hebben tot meer en dezelfde informatie kan een prikkel veroorzaken bij de dienstverlener, waardoor die onder druk zou kunnen staan om zo goed en klantvriendelijk mogelijk te presteren.” Volgens Soete dient de overheid te investeren in sectoren die slecht scoren op mediawijsheid, zoals het onderwijs. “Want daar zit de potentie; daar bevinden zich de toekomstige makers en gebruikers.” Helaas is het ICT-onderwijs niet optimaal, zegt Soete, omdat de ICT-sector en het onderwijs geen samenwerkingsverband hebben. “Dat is zonde want het is van groot belang dat studenten leren gebruik te maken van media. En dan vooral nieuwe media, want die bieden de mogelijkheid aan mensen om hun talent te vinden of te uiten.”