logo Raad voor Cultuur

Mediawijsheid
in perspectief

www.cultuur.nl contact colofon

Martijn de Waal www.martijndewaal.nl

Wetenschapper Martijn de Waal (verbonden aan de universiteiten van Groningen en Amsterdam) constateerde een aantal jaren geleden dat de vraag hoe de journalistiek en de publieke sfeer veranderd zijn door toedoen van de nieuwe media, in Nederland nauwelijks werd gesteld. Daarom besloot De Waal om samen met hoogleraar Mediastudies Frank van Vree en Theo van Stegeren de website www.denieuwereporter.nl op te zetten. Momenteel werkt De Waal aan zijn proefschrift waarin hij onderzoek doet naar digitale media en stedelijke cultuur.


Openheid en geslotenheid

De Waal is van mening dat de traditio-nele journalistiek op een verkeerde manier omgaat met de ontwikkelingen op het gebied van de nieuwe media. De nieuwe media maken het journalistieke bedrijf een stuk opener, maar veel journalisten staan hier erg sceptisch tegenover. Kranten en andere media-organisaties zijn mede daardoor niet in staat zelf de trend te zetten, maar reageren slechts op ontwikkelingen die door enerzijds kleine start-ups en anderzijds grote bedrijven als Yahoo, Google en Amazon zijn ingezet.
Deze conservatieve houding van de journalistiek ten opzichte van de nieuwe media bracht De Waal ertoe de stichting De Nieuwe Reporter op te zetten. Op de bijbehorende site wordt veel gediscussieerd over de openheid en geslotenheid van de journalistiek en de journalistieke media. “De traditio-nele kranten zijn vaak zeer gesloten media-organisaties. Slechts een kleine redactie bepaalt wat er in de krant en op de voorpagina komt, en neemt op die manier de selectie van het nieuws voor zijn rekening. Op het internet zie je veel meer open mediasystemen. Ook hier zijn het de kranten die voor artikelen zorgen, maar ze worden op een nieuwe manier geordend. Een voorbeeld hiervan is de dienst Google News, die voor elk nieuwsonderwerp alle verschillende artikelen van de verschillende nieuwsbronnen op het internet voor je selecteert.”
De Waal vindt het moeilijk te voorspellen hoe de journalistiek zich door toedoen van de nieuwe media zal gaan ontwikkelen. “De kranten verkeren nu nog in een fase waarin vooral geëxperimenteerd wordt. Zowel op zakelijk als inhoudelijk vlak hebben kranten zware concurrentie van het internet gekregen. Datingsites, maar ook sites als die van Monsterboard en Marktplaats hebben ervoor gezorgd dat kranten niet meer het alleenrecht hebben op de advertentiemarkt. Dat is een flinke aderlating voor kranten die toch voor een groot deel afhankelijk zijn van advertenties. Daarnaast hebben kranten inhoudelijke concurrentie gekregen van specialistische vakbladen en specialistische weblogs op het internet.”

Personalisering van informatie

Het internet is, veel meer dan de traditionele media, toegesneden op het individu, meent De Waal. “Tegenwoordig bestaan er computerprogramma’s die op basis van door jou gekozen bronnen allerlei informatie van het web laten samenkomen op één site. Deze programma’s maken gebruik van RSS-technologie en stellen je in staat om een soort laag te leggen over allerlei verschillende soorten informatie op internet. Zo kun je een hele persoonlijke site maken, waarop nieuwe artikelen van de door jou geselecteerde bronnen automatisch verschijnen. Zelf heb ik zo’n site aangemaakt met Rotterdam als onderwerp. Op die manier heb ik mijn eigen vakblad gecreëerd en blijf ik zowel op de hoogte van het lokale nieuws van Rotterdam, als de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen.”
De Waal denk dat deze trend, die onderdeel is van wat web 2.0 wordt ge-noemd, steeds verder door zal zetten en de strategie van bedrijven als Yahoo, Google en Microsoft voor de komende jaren zal gaan bepalen. “Deze bedrijven zullen steeds meer op het individu toegesneden pagina’s gaan ontwikkelen. Het zal niet lang meer duren voordat je pagina’s hebt waarbij aan de ene kant het nieuws voor je wordt bijgehouden, terwijl je aan de andere kant ziet welke vrienden online zijn. Voor bedrijven zijn dit interessante ontwikkelingen, omdat ze steeds persoonlijker kunnen adverteren.” Het is echter de vraag of deze nieuwe ontwikkelingen ook echt aan zullen slaan bij de mensen. “Het gemak speelt een grote rol bij het succes van nieuwe technologieën. De introductie van de afstandbediening was vooral vanwege het gebruiksgemak ervan een enorm succes, terwijl de videorecorder, vanwege de complexe handelingen die het vereist, een stuk minder succesvol was. Daarnaast moeten nieuwe technologieën ook binnen bestaande sociaal-culturele praktijken passen.”

China

De Waal is veel in China geweest en vertelt hoe nieuwe media een rol spelen in de Chinese samenleving. “Mensen organiseren zich daar nog maar heel weinig via de nieuwe media. Er zijn wel weblogs, maar in zeer beperkte mate. Toch zie ik wel hoop in wat ik de ‘China-paradox’ noem. Met deze paradox doel ik op de zaken die hier in Nederland als heel negatief bestempeld worden, terwijl diezelfde zaken in China juist de hoop op een meer democratische toekomst betekenen. Een voorbeeld hiervan is het tvprogramma Idols. In Nederland wordt dit programma als een parodie op de democratie beschouwd, terwijl het in China juist heel bijzonder is dat voor het eerst honderd miljoen mensen überhaupt een stem hebben uitgebracht.” Nieuwe technologieën versterken het democratisch potentieel van China, in de visie van De Waal. “Ik sprak vorig jaar een aantal Chinese webloggers en ik was erg verbaasd over de grote mate van geïnformeerdheid van hen op hun vakgebied. Het zal niet lang meer duren voordat in China volop gebruik gemaakt wordt van weblogs en podcasts. Toch probeert de Chinese overheid het pu-blieke domein op internet nog zo veel mogelijk te controleren met filters en deels slaagt zij daar ook in.”
De Waal denkt dat soortgelijke problemen in de toekomst ook in het Westen een rol gaan spelen. “Je ziet dat mensen zich via spellen op het internet steeds meer in virtuele werelden begeven. Bekend is inmiddels Second Life, waarin je met een eigen personage mensen kunt ontmoeten, dingen kunt kopen et cetera. Voordat je dit spel ingaat moet je echter een overeenkomst tekenen waarin staat dat de makers van het spel je op ieder moment en zonder opgaaf van redenen je burgerschap in deze virtuele wereld mogen ontnemen. Natuurlijk is dit slechts een spel, maar het is illustratief voor de toenemende controlebehoefte." Second Life is overigens ook tekenend, aldus de Waal, voor de niet ongevaarlijke trend dat virtuele omgevingen steeds commerciëler worden.

Burgerschapsethos

Over de ontwikkelingen rond het internet is De Waal niet eenduidig, ze kunnen zowel positief als negatief geduid worden. “Ik denk dat het twee kanten op kan werken. Aan de ene kant kan de samenleving door het internet verder fragmenteren omdat internet het mogelijk maakt jezelf op te sluiten in een voor jou vertrouwde wereld. Aan de andere kant ontstaan dankzij internet ook weer nieuwe gemeenschappen. Mensen creëren via internet hun eigen netwerken, denk bijvoorbeeld aan de netwerksite Hyves. Ik ben er nog niet echt uit welke van deze twee kanten zal gaan overheersen.”
Een ander probleem dat door het internet de kop op steekt is de vraag naar het burgerschapsethos. In hoeverre willen mensen zich nog breed blijven oriënteren, vraagt De Waal zich af. “Internet biedt de mogelijkheid om over allerlei zaken informatie op te zoeken en je wordt via links van de ene naar de andere website gebracht. Als je wilt kun je je op internet dus beter oriënteren dan ooit. Soms zie je dit ook gebeuren. Kijk bijvoorbeeld naar de discussie rond de Europese Grondwet. Burgers gingen toen massaal het web op om zich over deze grondwet te laten informeren. Aan de andere kant kun je ook slechts op zoek gaan naar de informatie die alleen voor jouzelf van belang is, omdat de andere zaken je niet interesseren.” Ook plaatst De Waal vraagtekens bij de onbegrensde uitbreiding van het publieke debat dat zou plaatsvinden sinds de komst van internet, en met name weblogs. Hij vertelt over onderzoek dat Ethan Zuckerman van het Berkman Center for Internet and Society heeft gepleegd naar weblogs. Hij onderzocht waar weblogs over gaan en hoe ze naar elkaar linken. “Zuckerman relativeert het idee dat internet de ultieme publieke sfeer vertegenwoordigt waarin iedereen zijn mening kan geven en waarin alle meningen vertegenwoordigd zijn. Zuckerman ontdekte onder andere dat er op politieke weblogs in Amerika weinig echte discussie plaatsvindt. Ook op de weblogs is er sprake van twee kampen, je hoort of bij de democraten of bij de republikeinen. Deze twee kampen geven voortdurend af op elkaar, en er vindt nauwelijks serieuze discussie plaats.”
Overigens brengt De Waal de eventuele teloorgang van het burgerschaps-ethos niet alleen met nieuwe media in verband, maar zeker ook met het einde van de verzorgingsstaat. Hij schetst in dit verband een donker scenario, waar in Amerika al de voortekenen van te zien zijn. “Daar zie je heel duidelijk wat er gebeurt als de overheid zich verder terugtrekt en mensen op zichzelf teruggeworpen worden. Er ontstaan steeds meer gated communities. De middenklasse trekt zich terug uit het stadscentrum en richt daarbuiten een eigen wijk op. Deze mensen vragen zich soms af waarom ze nog belasting zouden betalen, omdat ze immers via de wijk hun eigen voorzieningen betalen.”

Rol van de overheid

In Nederland is de ontwikkeling zichtbaar dat, vanuit een meer marktgerichte inrichting van de samenleving, mensen niet meer als burger maar als consument worden aangesproken. De Waal is van mening dat de overheid een verantwoordelijkheid heeft om te reflecteren op de gevolgen die de toenemende marktwerking heeft op burgerschapsethos en de omvang en kwaliteit van het publieke domein. De overheid moet een keuze maken of ze internet, radio en televisie geheel aan de markt overlaat, of dat ze toch voor een deel de functies die voor een democratische samenleving van belang zijn beschermt. “Als de overheid besluit dat de kwetsbare functies be-schermd moeten worden, zal ze vervolgens moeten bekijken hoe ze dit publieke domein gaat inrichten. Gaat er geld naar één instituut? Of geven we de verantwoordelijkheid aan een aantal grote instituties? Of organiseren we het op een nog andere wijze?”
De Waal vindt dat de overheid van de publieke instellingen kan en moet verlangen dat ze informatie voor de burgers gaan bundelen. Maar de overheid moet nooit alleen zaken van bovenaf opleggen. “De overheid en de publieke instellingen moeten de burgers ook de middelen, het gereedschap geven om zelf aan de slag te kunnen. Het gaat altijd om een combinatie van deze twee, top down én bottom up.”
Interviews
Camera's voor observeren vliegtuig-passagiers
YouTube wemelt van illegaal gefilmde popconcerten
Russische blogger vervolgd na kritiek op politie
XIVJonge leraren komen terecht in een setting waarin het niet normaal is dat je internetapplicaties en -toepassingen kunt gebruiken op momenten dat het jou uitkomt.
LXIIIIk zou het zonde vinden als marktwerking het gebruik van internet in de weg zou staan. Ik zie internet als een belangrijke basisvoorziening, vergelijkbaar met gas, water en licht.
Download de uitgave 'Mediawijsheid in Perspectief'  (PDF, 6.25 Mb)