Roger van Boxtel was van 1998 tot 2002 minister (D66) in het kabinet-Kok II, tegenwoordig is hij werkzaam als bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar Menzis. Daarnaast is hij voorzitter van de NPS. Als minister was hij verantwoordelijk voor het beleid op het gebied van integratie, grote steden en overheidscommunicatie en kreeg hij te maken met de problematiek rond mediawijsheid.
De overheid en nieuwe media
Tijdens zijn ministerschap was Roger van Boxtel de enige minister die rechtstreeks betrokken was bij de ontwikkelingen op het gebied van nieuwe media en de mogelijke gevolgen ervan voor de samenleving. Dit leidde onder andere tot de realisatie van de website www.overheid.nl, een initiatief van Van Boxtel. De gedachte hierachter was dat er één digitaal loket zou zijn waar burgers terecht kunnen met alle vragen aan de overheid. “Het is van de zotte dat burgers voor de ene vraag bij de gemeente moeten zijn, terwijl zij voor een andere vraag bij de provincie of de landelijke overheid moeten aankloppen. Burgers weten dan niet meer waar ze aan toe zijn. Ik vind het prima dat gemeenten, provincies en rijk apart gekozen worden, maar op het gebied van service en dienstverlening interesseert de burger het huis van Thorbecke helemaal niets.”Het streven naar één digitaal overheidsloket is echter niet gereali-seerd. Van Boxtel wijt dit aan de gebrekkige samenwerking tussen verschillende overheidsorganen. “Elk departement en ook de verschillende afdelingen binnen een departement beschermen hun eigen beleidsvrijheid en beleidsruimte. Rationele overwegingen spelen daarbij geen rol, macht en emoties des te meer. Ikzelf was destijds minister zonder portefeuille, wat een zegen was omdat ik geen last had van belangenbehartigers.”
Meer succes heeft de overheid behaald op het gebied van de veiligheid. Van Boxtel is erg positief over de wijze waarop de overheid met behulp van nieuwe media en andere nieuwe technologieën de onderlinge samenwerking tussen diensten heeft verbeterd en zodoende een effectieve veiligheidsinfrastructuur heeft opgezet. “Het is onvoorstelbaar hoe intensief de veilig-heidsdiensten nieuwe media inzetten om aanslagen te voorkomen. Ik denk dat dit vooral te maken heeft met de crisis die volgde op de aanslagen op de Twin Towers van 11 september 2001. Pas toen drong het besef door hoe belangrijk een goede veiligheidsinfrastructuur is en was de overheid bereid vele miljarden te investeren in het verbeteren van de samenwerking tussen de verschillende diensten.”
Voorhoede
Van Boxtel brengt de millennium-wisseling in herinnering, toen algemeen werd gevreesd dat computersystemen en communicatietechnologieën het nieuwe millennium niet zouden overleven. Deze angst genereerde tijdelijk extra aandacht van de overheid voor de ict-huishouding. “Het besef drong door dat de samenleving in hoge mate afhankelijk is geworden van nieuwe technologie en dat er op dit vlak van alles mis kan gaan. Rond die tijd vonden er — geholpen door een goed lopende economie — ook nog eens enorme investeringen plaats op het gebied van de informatietechnologie. Toen de millenniumwisseling echter probleemloos verliep en gevolgd werd door een economische dip, zakte de aandacht weg. De overheid bleek helaas niet in staat te profiteren van het momentum.” Van Boxtel denkt dat de overheid onvoldoende besefte dat er een nieuwe tijd was aangebroken. “Er heerste toen, en nog steeds, teveel het klassieke sociaal-democratische adagium. De overheid vindt dat eerst iedereen dezelfde dingen moet weten, voordat een nieuwe stap vooruit gezet mag worden. Ik denk echter dat de overheid zoveel mogelijk de voorhoede moet ondersteunen en stimuleren. Tegelijkertijd moet zij ervoor zorgen dat wie niet tot de voorhoede behoort zoveel mogelijk wordt meegetrokken.”Gezondheidszorg en nieuwe media
Ook in de gezondheidszorg loopt Nederland niet voorop in het toepassen van nieuwe technologieën, aldus Van Boxtel. Men is zowel bij de overheid als de zorginstellingen bijvoorbeeld huiverig voor vormen van zorg op afstand. Van Boxtel probeert op dit terrein met Menzis een cultuuromslag teweeg te brengen bij zorginstellingen. “Op het gebied van telezorg is al veel mogelijk. Waarom moeten patiënten naar een arts komen, terwijl het ook andersom kan? Met behulp van moderne technieken is het goed mogelijk op afstand een arts te consulteren, gedrag te monitoren of uitslagen te meten.” De zorgsector is echter nog niet klaar voor deze om-draaiing van zaken, weet Van Boxtel. “Veel zorginstellingen gaan nog conservatief te werk. Het financiële stelsel is bovendien zo ingericht dat innovatie wordt ontmoedigd. Op het moment dat een zorginstelling geld steekt in innovatie, concludeert de overheid dat deze instelling geld over heeft en wordt zij gekort op haar budget. Op die manier wordt elke poging tot innovatie lamgeslagen.”Technisch zijn er weinig belemmeringen voor innovatie en ook patiënten reageren positief op vernieuwing in de zorg. “Menzis heeft met de thuiszorg in Doetinchem een onderzoek gedaan waarbij bij zevenhonderd ouderen een kastje op de tv is geïnstalleerd waarmee zij op ieder gewenst moment via een scherm contact op konden nemen met de thuiszorg. Deze proef bleek een groot succes, de ouderen hadden eindelijk het gevoel dat ze weer in charge waren.”
Nieuwe media hebben volgens Van Boxtel ook grote invloed op het verzekeringsstelsel. Mede dankzij het internet kunnen verzekeringen steeds indivi-dueler toegesneden worden. “Nu is het nog zo dat er één standaardpolis is, maar in de toekomst zullen de mensen een standaardpolis voorgelegd krijgen die ze aan hun eigen behoeftes kunnen aanpassen. Dit past in een trend waarin mensen steeds vaker hun eigen keuzes moeten maken.” Mensen zijn dankzij de nieuwe media weliswaar goed uitgerust om eigen keuzes te maken, maar de vraag is hoe ver een zorgverzekeraar daar vanuit zijn maatschappelijke betrokkenheid in mee wil gaan. “Vinden mensen het in de toekomst prima om alleen via internet bediend te worden, of willen ze ook nog de mogelijkheid hebben om de Menzis-winkels binnen te lopen, of telefonisch contact met onze medewerkers te hebben?”
Het gebruik van nieuwe media
Van Boxtel ziet grote verschillen in de manier waarop mensen met nieuwe media omgaan, en denkt daarom dat het belangrijk is goed naar de verschillende niveaus te kijken. “Een aanzienlijk deel van de bevolking is niet goed ingevoerd in het gebruik van nieuwe media. Vooral oudere mensen weten vaak minder goed met internet om te gaan. In de reclame van Menzis wordt naar de internetsite verwezen, en als reactie daarop krijgen we vaak telefoontjes van mensen die zich beklagen over het feit dat ze geen internet hebben of zeggen dat ze er niet mee om kunnen gaan. We wijzen die mensen er dan op dat ze altijd nog ge-woon een brief kunnen schrijven of kunnen bellen.”Van Boxtel vindt het erg belangrijk dat kinderen op tijd met nieuwe media in aanraking komen. “De overheid heeft een belangrijke zorgplicht om kinderen al van jongs af aan vertrouwd te maken met de werking van nieuwe media. De rol van het onderwijs is daarin cruciaal.” Sprekend over het onderwijs en nieuwe media merkt Van Boxtel op dat het onderwijs nog maar mondjesmaat gebruik maakt van nieuwe media. “In Nederland lopen schoolkinderen nog met enorme kilo’s aan schoolboeken te zeulen, terwijl de techniek al veel verder is.” Dat het er in Nederland zo ouderwets aan toe gaat, wijt Van Boxtel onder meer aan de onwil van de educatieve uitgeversbranche om schoolboeken te digitaliseren.
De nieuwe media hebben een grote impact op de levens van de mensen. Het zou daarom interessant zijn om mediawijsheid vanuit een sociologisch perspectief te bekijken, zegt Roger van Boxtel. “Door de introductie van de nieuwe media groeien kinderen tegenwoordig op met totaal andere noties. Het zou interessant zijn om te kijken wat nieuwe media met de mindset van kinderen doen. Ook vanuit de geestelijke gezondheidszorg is het van belang naar dit soort vraagstukken te kijken. In welke mate kunnen de nieuwe media de oorzaak zijn van vervreemding en isolement bij kinderen? Ouders hebben vaak geen idee wat kinderen op het web uitspoken.”